Tantra is een verzameling esoterische tradities uit India, met eigen teksten, rituelen, mantra's en meditatie, die vanaf het midden van het eerste millennium ontstond binnen het hindoeïsme en het boeddhisme. Wat in het Westen meestal tantra heet, is neotantra: een westerse interpretatie die de seksuele kant benadrukt en draait om vertragen, diep ademen en aandacht voor wat je voelt. Seksuele rituelen waren in de oude tradities zeldzaam en voorbehouden aan ingewijden, dus tantra is veel breder dan seks.
Wat betekent tantra?
Het woord tantra komt uit het Sanskriet en betekent letterlijk weefgetouw, schering of weven. Dat beeld past: het verwijst naar tradities en leringen die als draden in een tekst, techniek of praktijk zijn verweven. Britannica omschrijft een tantra als een van de vele teksten over de esoterische praktijken van sommige hindoeïstische, boeddhistische en jaïnistische stromingen.
Het overkoepelende woord tantrisme komt dan weer uit Europa. Westerse geleerden bedachten het in de negentiende eeuw, en het woord komt in geen enkele Aziatische taal voor. Dat maakt het makkelijk om tantra als één samenhangende leer te zien. Onderzoeker David Gray benadrukt juist dat er geen enkel kenmerk is dat alle tantrische tradities delen: het is een open systeem dat zich steeds verder ontwikkelt.
Volgens Britannica behandelen de hindoeïstische tantrateksten in theorie vier onderwerpen: kennis of filosofie, yoga als concentratietechniek, rituelen zoals het bouwen van beelden en tempels, en gedrag in eredienst en samenleving. De laatste twee onderwerpen komen het meest voor.

